Noorderlicht International Photo Festival

Guest Curator @ Noorderlicht International Photo Festival

genz_lena_kuzmich_2
genz_victor_naumovski_1
genz_lisandro_suriel_2
genz_martine_stig_3
genz_sydney_rahimtoola_1
genz_elena_aya_bundukaris_1
genz_els_zweerink_2
genz_sheng_wen_lo_4
genz_jan_stradtmann_1
genz_lavinia_xausa_1
genz_kevin_haizel_1
genz_lena_kuzmich_1
genz_elena_aya_bundukaris_3
genz_lisandro_suriel_1
genz_elena_aya_bundukaris_6
genz_sheng_wen_lo_2
genz_madeline_swainhart_1
genz_marie_lukasiewicz_1
genz_martine_stig_1
genz_martine_stig_4
genz_nadine_stijns_amal_alhaag_1
genz_nadine_stijns_amal_alhaag_2
genz_nadine_stijns_amal_alhaag_4
genz_nael_quraishi_3
genz_oliver_ressler_1
genz_madeline_swainhart_2
genz_pilvi_takala_1
genz_sebastian_steveniers_1
genz_sheng_wen_lo_5
genz_martine_stig_2
genz_sebastian_steveniers_2
genz_sheng_wen_lo_1
genz_tanya_klimovich_3
genz_verena_blok_1
previous arrow
next arrow

In de 'anderhalve meter zomer' van 2020 kon het toch doorgaan, het festival waarvoor ik een half jaar onderzoek had gedaan, selecties had gemaakt en een artistiek inhoudelijk kader had geformuleerd. Het aantal presentatieplekken werd drastisch ingekrompen, de samenwerking met verschillende partners werd afgezegd, maar we vonden toch de weg naar een publiek. Het was een bizarre gewaarwording om in de toch al dwingende vormgeving van Museum Bèlvedère in Heerenveen nog verder beperkt te worden in het maken van een tentoonstelling. Iedereen was zich bewust van de mogelijke besmettelijkheid van de ander, en we leken verzeilt te raken in een zelf-reflectieve levensfase, terwijl ik reflecteerde op  levensfasen van anderen. 
De onderstaande tekst is geschreven als een dagboeknotitie en kreeg enige betekenis als de inleiding voor de festivalcatalogus. 

De plicht roept / Duty calls

         Ik ben geboren in een wit arbeidersgezin dat in de jaren tachtig door de toenmalige crisis in een diepe lade van de Bijstandswet belandde. Mijn voorouders en ouders zijn nooit bij machte geweest om, los van hun stemrecht, invloed uit te oefenen op de samenleving. Van huis uit heb ik niet meegekregen hoe ik me verbaal moet uitdrukken, maar ik heb me daar inmiddels aardig in bekwaamd.
   Met enige regelmaat word ik uitgenodigd voor het geven van een lezing of presentatie om mijn ervaring als talentcoach en curator te delen. Ik vind het fijn om mijzelf dan eerst als mens voor te stellen, en vertel kort over mijn gezin, over mijn auto en vakanties met de caravan, over mijn kippen, en over mijn dwangmatige karaktertrekjes. Na dit relativerende ‘bewijs van menselijkheid’ vertel ik aan de hand van projecten van kunstenaars waar ik mee werk over onderwerpen die me aan het hart gaan. Ik geloof namelijk in de kracht van beeldende kunst om visueel een dialoog aan te gaan, om een urgent vraagstuk aan te stippen of een tijdsgeest te duiden.
   De laatste tijd voel ik me steeds vaker gestereotypeerd als de middle-aged white guy. In mijn beleving ben ik als 47-jarige ineens debet aan de keerzijde van de patriarchale samenleving, en moet ik regelmatig verantwoording afleggen voor het ontbreken van een collectief historisch besef over de vaak lelijke fundamenten waarop de Nederlandse samenleving is gebouwd. Het voelt soms alsof ik geparkeerd ben aan de rand van een gesprek.

Eind 2019 werd ik door Noorderlicht gevraagd om het festival van 2020, waarin generatie Z centraal zou staan, te cureren. Een fantastische kans om mijn stem te laten horen. Maar, wat het voor mij echt uitdagend maakte is dat het thema een stigmatisering is van een groep jonge mensen en juist die groep vaak laat merken dat het geluid van de middle-aged white guy er minder toe doet. Binnen dit opmerkelijke spanningsveld heb ik mijn research verricht en een selectie gemaakt uit de veelheid aan portfolio’s die werden ingezonden als reactie op de open call. Ik heb me voorgenomen niet teveel op de voorgrond te treden, en het podium te geven aan de veelkleurige stemmen van jongvolwassenen.
   Generatie Z wordt getypeerd als de eerste generatie die is opgegroeid met de aanwezigheid van internet. De invloed van internet en social media op het dagelijks leven is enorm en de druk om jezelf (letterlijk) te profileren is groot.

Wat mij de afgelopen tijd heeft beziggehouden is de impact die dat heeft op het zelfbeeld van jongvolwassenen. Ik heb me daarbij regelmatig afgevraagd of het in verband staat met de explosieve toename van identiteitsvraagstukken. Ik ben geen wetenschapper, maar ik heb het idee dat er een intrinsieke behoefte aan nieuwe ethische referentiekaders is ontstaan.
   Ik zie het terug op Instagram en TikTok, en herken het in het maakproces van veel jonge kunstenaars die dicht bij zichzelf blijven en graven in hun persoonlijke historie. De vraag ‘wie ben ik?’, die we allemaal in ons leven een keer stellen, staat bij veel makers centraal. Wat nieuw is is dat die vraag wordt gesteld in de context van ‘wie zijn wij?’, waarmee het een sterk verbindend karakter krijgt. Aan een aantal projecten dat ik voor het festival selecteerde nemen familieleden van de kunstenaars actief deel. Het benoemen van de culturele achtergrond van je familie, en het aankaarten van haar unieke ethisch en moreel kompas, wordt als een gezamenlijke activiteit opgepakt en gedeeld met het publiek. Zelfreflectie wordt op deze manier een prachtige methode om gelijkwaardigheid te ontdekken en het kan leiden tot nieuwe collectieve referentiekaders.

Waar we generatie Z vooral mee associëren is haar dystopische toekomstbeeld, dat voornamelijk wordt gevormd door de klimaatcrisis. In vergelijking tot deze monsterlijke uitdaging valt het oplossen van identiteitsvraagstukken in het niet. Maar, na een half jaar bezig te zijn geweest met deze thematiek, ben ik ervan overtuigd geraakt dat klimaat en identiteit met elkaar in verbinding staan. Om te voorkomen dat we de aarde leeg trekken en levenloos achter moeten laten, zal iedereen een bijdrage moeten leveren. Dat kan alleen op voet van gelijkwaardigheid en gezamenlijkheid.
   De klimaatbeweging draait nog lang niet op volle toeren, maar het aftasten van alternatieve perspectieven is al geruime tijd aan de gang. Het zoeken naar een nieuwe balans tussen mens en natuur is begonnen, en dat zien we ook terug in het festival. Het besef dat de centrale positie van de mens in onze manier van denken onhoudbaar is, leidt tot intrigerende projecten die reflecteren op ons inlevingsvermogen ten opzichte van dieren of de beleving van natuur in een stedelijke omgeving. Het humanistische wereldbeeld gaat op de schop en maakt plaats voor het experiment.
   Bij deze experimenten wordt ook vanuit de menselijke maat gedacht. Geen megalomane projecten, maar werk dat intuïtief ontstaat vanuit een persoonlijke context, met kleinschaligheid als sleutel. Familie als uitgangspunt, als basismateriaal waartoe we ons allemaal kunnen verhouden.
   Ik heb het idee dat ik me in de aanloop naar dit festival heb laten meeslepen door het gevoel dat mij iets wordt aangerekend, waardoor de kloof tussen generatie Z en mijzelf groot leek. Intussen heb ik generatie Z leren kennen als een groep mensen die zoekt naar mogelijkheden om gezamenlijke doelstellingen te formuleren, en daarmee inclusiviteit een diepere betekenis te geven. Mede door mijn persoonlijke achtergrond en empathische capaciteit kan ik inmiddels bijdragen aan de dialoog. We vinden elkaar in het zoeken naar de menselijke maat. Dat gaat voorbij aan de dagelijkse hysterie waarin verschillen worden uitvergroot. Mijn privileges als middle-aged white guy zet ik graag in om generatie Z het podium te bieden zodat makers en publiek kunnen samenkomen. Dat ik in de gelegenheid ben om dat op een podium als Noorderlicht International Photo Festival 2020 te mogen doen, is een mooi geschenk waar ik trots op ben.