Duty Calls


Ik ben geboren in een wit arbeidersgezin dat in de jaren tachtig door de toenmalige crisis in een diepe lade van de Bijstandswet belandde. Mijn voorouders en ouders zijn nooit bij machte geweest om, los van hun stemrecht, invloed uit te oefenen op de samenleving. Van huis uit heb ik niet meegekregen hoe ik me verbaal moet uitdrukken, maar ik heb me daar inmiddels aardig in bekwaamd.
Met enige regelmaat word ik uitgenodigd voor het geven van een lezing of presentatie om mijn ervaring als talentcoach en curator te delen. Ik vind het fijn om mijzelf dan eerst als mens voor te stellen, en vertel kort over mijn gezin, over mijn auto en vakanties met de caravan, over mijn kippen, en over mijn dwangmatige karaktertrekjes. Na dit relativerende ‘bewijs van menselijkheid’ vertel ik aan de hand van projecten van kunstenaars waar ik mee werk over onderwerpen die me aan het hart gaan. Ik geloof namelijk in de kracht van beeldende kunst om visueel een dialoog aan te gaan, om een urgent vraagstuk aan te stippen of een tijdsgeest te duiden.

De laatste tijd voel ik me steeds vaker gestereotypeerd als de middle-aged white guy. In mijn beleving ben ik als 47-jarige ineens debet aan de keerzijde van de patriarchale samenleving, en moet ik regelmatig verantwoording afleggen voor het ontbreken van een collectief historisch besef over de vaak lelijke fundamenten waarop de Nederlandse samenleving is gebouwd. Het voelt soms alsof ik geparkeerd ben aan de rand van een gesprek.
Eind 2019 werd ik door Noorderlicht gevraagd om het festival van 2020, waarin generatie Z centraal zou staan, te cureren. Een fantastische kans om mijn stem te laten horen. Maar, wat het voor mij echt uitdagend maakte is dat het thema een stigmatisering is van een groep jonge mensen en juist die groep vaak laat merken dat het geluid van de middle-aged white guy er minder toe doet. Binnen dit opmerkelijke spanningsveld heb ik mijn research verricht en een selectie gemaakt uit de veelheid aan portfolio’s die werden ingezonden als reactie op de open call. Ik heb me voorgenomen niet teveel op de voorgrond te treden, en het podium te geven aan de veelkleurige stemmen van jongvolwassenen.

Generatie Z wordt getypeerd als de eerste generatie die is opgegroeid met de aanwezigheid van internet. De invloed van internet en social media op het dagelijks leven is enorm en de druk om jezelf (letterlijk) te profileren is groot.
Wat mij de afgelopen tijd heeft beziggehouden is de impact die dat heeft op het zelfbeeld van jongvolwassenen. Ik heb me daarbij regelmatig afgevraagd of het in verband staat met de explosieve toename van identiteitsvraagstukken. Ik ben geen wetenschapper, maar ik heb het idee dat er een intrinsieke behoefte aan nieuwe ethische referentiekaders is ontstaan.
Ik zie het terug op Instagram en TikTok, en herken het in het maakproces van veel jonge kunstenaars die dicht bij zichzelf blijven en graven in hun persoonlijke historie. De vraag ‘wie ben ik?’, die we allemaal in ons leven een keer stellen, staat bij veel makers centraal. Wat nieuw is is dat die vraag wordt gesteld in de context van ‘wie zijn wij?’, waarmee het een sterk verbindend karakter krijgt. Aan een aantal projecten dat ik voor het festival selecteerde nemen familieleden van de kunstenaars actief deel. Het benoemen van de culturele achtergrond van je familie, en het aankaarten van haar unieke ethisch en moreel kompas, wordt als een gezamenlijke activiteit opgepakt en gedeeld met het publiek. Zelfreflectie wordt op deze manier een prachtige methode om gelijkwaardigheid te ontdekken en het kan leiden tot nieuwe collectieve referentiekaders.
Waar we generatie Z vooral mee associëren is haar dystopische toekomstbeeld, dat voornamelijk wordt gevormd door de klimaatcrisis. In vergelijking tot deze monsterlijke uitdaging valt het oplossen van identiteitsvraagstukken in het niet. Maar, na een half jaar bezig te zijn geweest met deze thematiek, ben ik ervan overtuigd geraakt dat klimaat en identiteit met elkaar in verbinding staan. Om te voorkomen dat we de aarde leeg trekken en levenloos achter moeten laten, zal iedereen een bijdrage moeten leveren. Dat kan alleen op voet van gelijkwaardigheid en gezamenlijkheid.
De klimaatbeweging draait nog lang niet op volle toeren, maar het aftasten van alternatieve perspectieven is al geruime tijd aan de gang. Het zoeken naar een nieuwe balans tussen mens en natuur is begonnen, en dat zien we ook terug in het festival. Het besef dat de centrale positie van de mens in onze manier van denken onhoudbaar is, leidt tot intrigerende projecten die reflecteren op ons inlevingsvermogen ten opzichte van dieren of de beleving van natuur in een stedelijke omgeving. Het humanistische wereldbeeld gaat op de schop en maakt plaats voor het experiment.
Bij deze experimenten wordt ook vanuit de menselijke maat gedacht. Geen megalomane projecten, maar werk dat intuïtief ontstaat vanuit een persoonlijke context, met kleinschaligheid als sleutel. Familie als uitgangspunt, als basismateriaal waartoe we ons allemaal kunnen verhouden.

Ik heb het idee dat ik me in de aanloop naar dit festival heb laten meeslepen door het gevoel dat mij iets wordt aangerekend, waardoor de kloof tussen generatie Z en mijzelf groot leek. Intussen heb ik generatie Z leren kennen als een groep mensen die zoekt naar mogelijkheden om gezamenlijke doelstellingen te formuleren, en daarmee inclusiviteit een diepere betekenis te geven. Mede door mijn persoonlijke achtergrond en empathische capaciteit kan ik inmiddels bijdragen aan de dialoog. We vinden elkaar in het zoeken naar de menselijke maat. Dat gaat voorbij aan de dagelijkse hysterie waarin verschillen worden uitvergroot. Mijn privileges als middle-aged white guy zet ik graag in om generatie Z het podium te bieden zodat makers en publiek kunnen samenkomen. Dat ik in de gelegenheid ben om dat op een podium als Noorderlicht International Photo Festival 2020 te mogen doen, is een mooi geschenk waar ik trots op ben.

Duty Calls


I was born into a white working-class family that in the 1980s, due to the crisis at the time, ended up in a deep drawer of the Social Assistance Act. My ancestors and parents were never in a position to influence society, except by means of voting. My upbringing didn’t really involve verbally expressing myself, but I have since become reasonably skilled in doing so.
With some regularity, I’m invited to give a lecture or presentation to share my experience as a talent coach and curator. I then like to introduce myself as a person first, to briefly tell something about my family, my car, my holidays with the caravan, about my chickens, and my compulsive character traits. After this contextual ‘proof of humanity’ I use the projects of the artists I work with to talk about subjects that are close to my heart. For I believe in the power of fine art to engage in a dialogue visually, to point to an urgent issue or to indicate a spirit of the times.

Lately I’ve been feeling more and more stereotyped as the middle-aged white guy.
In my experience as a 47-year-old, I am suddenly held to blame for the downside of patriarchal society, regularly having to account for the lack of collective historical awareness of the often ugly foundations on which Dutch society is built. It sometimes feels as if I’m parked on the edge of a conversation.
At the end of 2019, I was asked by Noorderlicht to curate the 2020 festival, in which Generation Z would be central. A fantastic opportunity to make my voice heard. But what made it really challenging for me is that the theme is a stigmatisation of a group of young people, and it’s precisely this group that often reveals the voice of the middle-aged white guy to carry less significance. Within this remarkable field of tension, I conducted my research and made a selection from the multitude of portfolios that were submitted in response to the open call. I resolved not to be overtly present in the foreground, and to give the stage to the multi-coloured voices of young adults.

Generation Z is typified as the first generation to grow up in the presence of the internet. The influence of internet and social media on daily life is enormous and the pressure to (literally) profile yourself is huge.
What has occupied me lately is the impact that this has on the self-image of young adults. I have often wondered whether it is related to the explosive increase in identity issues. I am not a scientist, but I feel there has emerged an intrinsic need for new ethical frames of reference.
I see it reflected on Instagram and TikTok, and recognise it in the creative process of many young artists who stay close to themselves and delve into their personal histories. The question of ‘who am I?’, which we all ask at some point in our lives, is central to many makers. What is new is that this question is asked in the context of ‘who are we?’, which gives it a strong connective character. Family members of the artists actively participate in several of the projects I have selected for the festival. Naming the cultural background of your family, and raising its unique ethical and moral compass, is taken up as a joint activity and shared with the public. Self-reflection thus becomes a wonderful method to discover equality and it can lead to new collective frames of reference.

What we especially associate Generation Z with is its dystopian vision of the future, which is mainly shaped by the climate crisis. Compared to the enormity of this challenge, solving identity issues may almost seem trivial. But, after six months of working on this theme, I am now convinced that climate and identity are connected. To stop us from draining the Earth and leaving it lifeless, everyone will have to make a contribution. Yet, this is only possible on the basis of equality and togetherness.
The climate movement is still far from running at full speed, but the exploration of alternative perspectives has been going on for some time now. The search for a new balance between humans and nature has begun, and this is also reflected in the festival. The realisation that man’s centrality in our way of thinking is untenable, leads to intriguing projects that reflect on our empathy with animals or the experience of nature in an urban environment. The humanist worldview is undergoing an overhaul and is making way for experimentation.
These experiments are also conceived from a human dimension. No megalomaniac projects, but work that is intuitively created from a personal context, with small scale as key. Family as a starting point, as source material to which we can all relate.

In the run-up to this festival, I got a bit carried away by the feeling that I was being held accountable to something, which made the gap between Generation Z and myself seem large. In the meantime, I got to know Generation Z as a group of people who are looking for opportunities to formulate common goals, and in doing so give inclusiveness a deeper meaning. Partly because of my personal background and empathic capacity, I can now contribute to the dialogue. We find each other in the search for the human dimension. This transcends the daily hysteria in which differences are magnified. I gladly use my privileges as a middle-aged white guy to offer Generation Z the stage so that creators and audiences can meet. The fact that I have the opportunity to do so on a stage like the Noorderlicht International Photography Festival 2020 is a beautiful gift that I am proud of.




 

Vincent van Baar